Vroeg op was het devies. Omdat er bij de huizenverhuurder een dubbele boeking gemaakt bleek te zijn, zaten we verder van de zaterdagse activiteit verwijderd dan gepland. De reis ging naar Zwaagwesteinde, waar we ons bij het fierljepcentrum moesten vervoegen. Onderweg nog wat oponthoud omdat een enkel ontbijtje niet goed samenging met de slingerende laatste kilometers weg, maar keurig op tijd waren we toch aanwezig.
Het fierljeppen viel eigenlijk nog best mee. Na wat training onder leiding van een tweetal Friezen, waarvan er een geen namen kon onthouden en de ander het stereotiepe beeld van de zwijgzame Fries liep op te houden, mochten we de weilanden in om echt over sloten te springen. Jammer genoeg werden de sloten niet zo breed dat de overkant niet meer gehaald werd. Iedereen keerde droog terug bij het centrum.
Op het centrum mocht vervolgens nog op de 'echte' schansen gesprongen worden, voor wie de test doorstond. Uiteindelijk sprongen alleen Ton en Hans over een echt stuk water en alleen Hans mocht daarna ook nog op de wedstrijdschans.
Na een eenvoudige doch voedzame lunch trokken we verder Zwaagwesteinde in, op weg naar het kanocentrum, van waaruit we een tochtje mochten maken over het naburige kanaal. Met Ton in de buurt altijd een hachelijke onderneming, daarom zijn er ook geen foto's van. Helaas ook niet van Niels, die een geheel nieuwe invulling gaf aan de uitdrukking 'buiten de boot vallen'.
's Avonds uiteraard weer een lichte barbecue, waarna Frits probeerde alsnog de kachel volledig roodgloeiend te krijgen, maar daar toch maar matig in slaagde. Pieter reed even op en neer naar Amstelveen om de verjaardag van zijn zus op te luisteren en de rest hield zich onledig met kaarten, drinken, ouwenelen en bedachtzaam in het vuur staren. Een en ander onder het genot van een rokertje.
Ook zaterdag was het opvallend vroeg stil in en rond het vakantiehuis. Rond een uur of twee waren nog slechts een stuk of vier mannen wakker, die zich afvroegen wat er toch met de anderen aan de hand was.